Interview met Thor Braun
door Jane Stuhlmacher
In de voorstelling Jongens, over het leven en de liefdes van filmmaker Pasolini, draait alles om hartstochtelijke liefde. Niet alleen die van Pasolini voor zijn vele mannelijke muzen, maar ook de liefde van Thor Braun voor de broeierige romantiek van Italië en zijn kunstenaars.
Kun je het moment beschrijven dat je voor het eerst in aanraking kwam met het werk van Pasolini?
In de zomer van 2024 was ik in Italië. Daar was toen een expositie in een klein museum over het werk van Pasolini. Het was een selectie van zijn filmbeelden, die daar in een grote ruimte geprojecteerd werden. Ik ben sowieso groot Italië-fan, en ik kwam daar binnen en werd overdonderd door zijn beelden. Het kwam in de buurt van de ontroering die een schilderij van Caravaggio oproept. Er zat zoveel schoonheid in, en hele mooie jongens ook.
Ik was meteen fan van zijn filmstijl. Het had allemaal een heel intense, broeierige romantiek in zich. Ik wilde door die projecties heen stappen en daar zijn. In die droge grasvelden, met die jongens, tussen de krekels. Hij komt zo dicht bij het echte Italiaanse leven. Hij castte zijn acteurs ook van de straat: zo wilde hij verhalen vertellen over de sociale klassen die – volgens hem – het echte Italië vertegenwoordigen.
Was er een specifiek beeld dat van dat museumbezoek het meest is bijgebleven?
Dat was het beeld van een jongen uit Mamma Roma, mijn favoriete film van Pasolini. Die film gaat over een vrouw, een sekswerker, die haar zoon meeneemt naar de buitenwijken van Rome om een beter bestaan op te bouwen. Daar moet die jongen in een restaurant gaan werken. In de film is er een shot dat hij met schalen in zijn handen door dat drukke restaurant loopt, met zwier en zelfvertrouwen. Een jongensachtige loop. Dat had Pasolini precies zo in beeld gebracht als op een schilderij van Caravaggio. De moeder kijkt dan van een afstandje met zo veel liefde naar die jongen. Een prachtig beeld is dat.
En toen dacht jij: daar moet ik een voorstelling over maken.
Ja. Dit is het, dacht ik meteen. Het is een kunstenaar in wiens werk je echt kunt verdrinken.
Hoe baan je je dan een weg door de veelheid aan materiaal?
Ik ben eigenlijk alles van hem gaan bekijken en lezen. Als een spons ben ik in een Pasolini-obsessie terechtgekomen. Ik heb al zijn films gezien, al zijn dichtbundels en boeken gelezen. En toen verdronk ik, inderdaad.
Regisseur Char Li Chung is een grote hulp geweest. Door gesprekken met hem en anderen heb ik de focus kunnen leggen op wat ik het mooiste aan zijn werk vond. Dat was dat verlangen naar mannenliefde. Dat sluimerende verlangen waar ook een verboden karakter aan kleeft. Nog steeds natuurlijk, maar toen – in katholiek, fascistisch Italië – al helemaal. Die onmogelijkheid en tegelijkertijd de enorme hartstocht van zijn liefde zit voornamelijk in de boeken. Vandaar dat ik veel tekstmateriaal van hem gebruik.
‘De enige liefde die voor mij telt, is die van het vlees.’ Is een belangrijke zin in de voorstelling. Wat maakt dat je die zin wilde uitlichten?
Die zin vond ik zo heftig, omdat het zo’n uitvergroting is. Pasolini schreef in brieven naar een vriend: ‘Zodra je niet kunt liefhebben volgens de regels van de maatschappij, wordt het verlangen ernaar obsessief.’ Dat was ook een zin die mij heel erg raakte. Als je anders liefhebt dan wat wordt gezien als ‘het normale’, dan ontstaat er een onmogelijkheid in dat liefhebben. Die onmogelijkheid vergroot het verlangen, totdat het eigenlijk alleen nog maar gaat over het vleselijke. Dat is zo pijnlijk, maar ergens ik kan me er ook wel iets bij voorstellen.
Via ingesproken dagboekfragmenten vraag je aan Pasolini of hij nu een goeierik of een slechterik is. In hoeverre ben je bezig geweest met goed en fout in het maken van deze voorstelling?
In eerste instantie ben ik gewoon verliefd geworden op zijn werk. Ik bewonder hem en het is inmiddels echt alsof ik hem ken. Maar ook tijdens het lezen van zijn werk heb ik me wel afgevraagd of het goed is wat ik aan het doen ben. Het waren echt jonge jongens, waarover hij schrijft. Hij was een leraar, dus er zullen ook machtsverhoudingen gespeeld hebben. Objectificeert hij die jongens? Of ben ik nu zelf ‘de Italiaan’ aan het romantiseren?
Ik was op de toneelschool ook – meer dan nu – bezig met een soort morele tweestrijd. Kan ik zomaar iedereen op het podium brengen? In hoeverre moet ik verantwoordelijkheid dragen als ik iemand op het podium breng die ook een foute kant had? Ik heb tijdens het maakproces echt grote golfbewegingen gemaakt tussen totale afkeer en enorme bewondering. Maar mijn liefde voor zijn werk is echt vooraan blijven staan.
Wat was de grootste uitdaging in het maakproces?
Eigenlijk ben ik de eerste vier weken alleen maar bezig geweest met schilderen. Dus toen Char Li Chung kwam kijken, merkte hij op dat er wel nog context moest komen voor het publiek: er moest nog tekst komen. Het was dus de uitdaging om de beelden om te zetten tot een voorstelling.
Schilderkunst en theater zijn kunstvormen die in principe weinig met elkaar interacteren. Dat creëerde een botsing, maar het heeft uiteindelijk veel moois opgeleverd. Zo is live action painting in de voorstelling gekomen. Steef de Jong gaf mij nog het advies mee: je mag erop vertrouwen dat mensen willen zien dat jij iets maakt. Dat jij een lijn tekent die een arm wordt, die een rug wordt en dan een kont. Als publiek is het bijzonder om daar een deel van te mogen zijn.
Wat zou je een leek aanraden om te lezen of te bekijken als kennismaking met het werk van Pasolini?
Als het over boeken gaat, dan Daden van onkuisheid en Amado Mio. Het is echt wonderschoon hoe hij daarin de grootsheid van zijn verlangen beschrijft.
Mamma Roma vond ik de allermooiste film die hij heeft gemaakt. Daar begon ook mijn liefde voor zijn werk.
Jongens speelt van do 14 mei - za 6 jun in Theater Bellevue.