Smoezen met Linda Lugtenborg


Linda Lugtenborg speelde in maart de allereerste try-outs van Ode aan de minnares in de regie van Jan Hulst. In mei en juni zou dat een vervolg krijgen in Bellevue Backstage en in het Bellevue Lunchtheater. Toen was daar de uitbraak van het Coronavirus. Of de data in juni doorgaan is op het moment van schrijven nog onzeker. We spraken haar over hoe het in deze tijden is om aan een voorstelling te werken.

Je mag nu nauwelijks het huis uit, hoe bereid je je dan voor op een voorstelling?
Jan en ik hebben geluk. We zijn maar met twee én hebben allebei al Corona gehad. Al weten we natuurlijk nog niet zeker of dat hele groeps-immuun-plan van papa Rutte werkt. Er is sowieso 5 meter tussen mij en Jan dus we kunnen gewoon repeteren. Wel even handjes wassen voor, tijdens en na de repetitie natuurlijk. Het is wel wat onwerkelijk dat we niet zeker weten of we nu wel of niet op 3 juni in première gaan. Ik hoop op een heerlijke zomerdag met een bierie na afloop.

Waarom koos je ervoor om met Jan Hulst samen te werken voor deze voorstelling?
Samenwerken met Jan was al heel lang een wens van mij. Maar ja, deze man is druk druk druk. Vorig jaar heb ik hem weten te strikken om samen met mij De Prinses op de Errewet (ja, dat leest u goed) te maken voor De Parade. Dat was te gek, maar ik twijfelde of ik hem voor dit project zou vragen. De dikke 70 pagina’s tekst bevatte al mijn geheimen en rare kronkels in mijn kop die ik als een bezetene met trillende vingers op papier had geplempt. Mijn eerste eigen werk van A tot Z. Toen ik alles aan hem had voorgelezen, was zijn reactie: “Ok. Lets go.” Jan is nuchter, genadeloos en heeft humor, wat ervoor zorgt dat de tekst en ik scherp blijven.

Waarom wil je het verhaal van ‘de minnares’ vertellen?
Mensen oordelen heel snel over een minnares. Ze is al gauw een hoer met daddy-issues. Dat kan. Maar ondertussen heeft de ‘duivel’ natuurlijk ook een verhaal. En elk verhaal is anders. Er zijn vrouwen die zich niet willen binden en daarom af en toe op een bezette man duiken, of die erop geilen om op een bezette man te zitten. Mijn ‘minnares’ is een vrouw opzoek naar ware liefde, naar hete seks en uiteindelijk naar zichzelf en haar grenzen. Dat klinkt misschien egoïstisch. Maar in the end kan je alleen kiezen voor jezelf en niet invullen wat wel of niet goed is voor een ander.

Vertel je een-op-een jouw verhaal?
De mannelijke personages zijn natuurlijk onherkenbaar gemaakt. Alleen Jan weet wie wie is. Al denk ik wel dat de mannen en vrouwen waarover ik vertel zichzelf herkennen. Een van de minnaars gaat heel erg balen, mocht hij komen kijken. Hij is een beetje een onsympathiek vies mannetje geworden, terwijl hij eigenlijk heel heet is en mij echt ondersteboven had. Hij weet dat ik dit geschreven heb en vraagt nog wel eens: “En? Hoe gaat het met De Ode?” Dan denk ik… oei. Je komt er niet best vanaf vriend.

Het lijkt me sowieso spannend om te vertellen over zo’n onderwerp…
Als ik mensen in een kwetsbaar moment wel eens vertelde over mijn minnaar dan liep dat eigenlijk altijd uit op discussie. Dat je dat niet kan maken, dat je een home-wrecker bent, of ik geen geweten heb?!… Jan en ik zijn de teksten nu gewend, maar soms krijg ik even een reality check. Ok, ik ga het publiek zeggen dat ik een blowjob wizzard ben. Toch vind ik dat we het all the way moeten doen en geen compromissen mogen maken. Het is lelijk, het is mooi, het is sexy, het mag raken, het mag afstoten. Al lijkt het me wel taai om een uur en twintig minuten naar kwade gezichten te kijken… Zolang het maar niet medium is. Dat zou ik echt verschrikkelijk vinden. Dat mensen achteraf in de foyer zeggen “Ja, leuk...”

Wat kunnen we verwachten qua vorm?
We wilden het heel simpel houden. Geen opgeplakt gedoe. Gewoon de tekst en ik. Dat is de meest kwetsbare vorm en daar zijn we voor gegaan. ‘De duivel in z’n nakende hempie.’ Ik heb wel speciaal voor de voorstelling een extra tattoo laten zetten op mijn arm. Een tijger.

Wat hoop je dat de bezoekers uit deze voorstelling meenemen?
Ik wil niemand sturen. Er zit geen moraal in de voorstelling en ik probeer zelf zo veel mogelijk weg te blijven van wat ik vind dat het publiek moet vinden. Ik toon wat ik heb ervaren. Je mag daar zelf op reflecteren als je die behoefte voelt.

Eerder stond je in Theater Bellevue met Collectief De Meiden. Hoe is het om nu terug te zijn met deze voorstelling?
Het is heel fijn dat Bellevue vertrouwen heeft in Jan en mij en ons alle ruimte geeft die we nodig hebben. Ik kan daar altijd binnenlopen met vragen of gewoon voor een gekke babbel. Stichting Melanie is ook al vanaf het begin nauw betrokken bij het proces. Ik weet precies wat ik aan ze heb en dat is super belangrijk voor een maker. Ik heb heel veel zin in om dit aan het publiek te laten zien!

Ode aan de minnares
tekst, spel Linda Lugtenborg
regie Jan Hulst
muziek Abdelhadi Baaddi

 2 jun t/m 13 jun, 12:30 uur 
 Bellevue Lunchtheater 

Klik hier voor meer info & kaarten