Interview met Katrien van Beurden

door Jane Stuhlmacher

In periodes van angst en onheil zijn het vaak de charlatans onder ons die uitwegen kunnen aanwijzen die niemand anders ziet. Zo rees er in 1540 – een tijd van de builenpest en armoede – een groep spelers op die met behulp van archetypische maskers hoop terug probeerde te brengen naar de straten van Italië.    
               Katrien van Beurden, aanhanger van het uit de zestiende-eeuw stammende
commedia dell’arte, vindt in haar eigen periode van rampspoed heil in het eeuwenoude personage van de Harlekino. In 2020 werd bij haar een agressieve vorm van borstkanker ontdekt. Ze zet in de voorstelling Harlekino maskers op en af om te vertellen wat dat teweegbracht en welke verhalen het naar boven haalde. Niet om zich achter die maskers te verstoppen – maar juist om te ontmaskeren dat ook rasoverlevers en charlatans af en toe angstig zijn. 

Waar is jouw liefde voor commedia dell’arte begonnen?

Ik heb een heel bewogen jeugd gehad. Er was bij ons thuis vroeger veel agressie en verdriet om een gestorven broertje en een zusje. Toch was er ook veel humor en werd er troost gehaald uit expressiviteit, muziek en gekte. Toen vond ik op een dag op de toneelschool een koffer vol met maskers, en daar ben ik mee gaan spelen. Het idee dat je in je eentje al die verschillende grote personages tot leven kan wekken en dat ze eigenlijk allemaal een stukje van jouzelf representeren, was bevrijdend. De personages achter die maskers zijn eigenlijk in een continue staat van overleving, en hebben een enorme noodzaak. Dat was voor mij een totale ontdekking. En toen ben ik eigenlijk per direct verslaafd geraakt. De Harlekino was het allereerste masker dat ik die dag opzette. 

Wie is de Harlekino precies? 

Eigenlijk is het in Nederland niet echt een bekend figuur. Het eerste gezelschap van commediaspelers, uit 1540, keek voor hun personages naar mensen die op straat leefden. Daar haalden ze figuren uit die domineerden, aanwezig waren. En zo zagen zij een bepaald type mens dat continu door bazen naar de grond geslagen werd, maar direct daarna weer opstond om verder te gaan met waar ze mee bezig waren. In deze mensen zagen de commediaspelers de ware acrobaten van het overleven. Daarop hebben ze het personage van de Harlekino gebouwd. Het bekende geruite clownskostuum is ook bij de Harlekino begonnen. Die ruitjes waren de blaadjes van de bomen die ze aten als ze niks anders hadden, en waar ze ook hun kleren van maakten. Dus de clown, de Harlekino, staat symbool voor de rasoverlever. Degene die van niets iets moest maken. 

En daar voelde jij meteen een band mee?

Ja, ik ben heel jong weggegaan van huis en toen kwam ik op straat te leven tussen charlatans, criminelen, dragqueens en mensen die aan het randje van de maatschappij stonden – precies die rasoverlevers. Ik haalde daar veel troost uit. Want als je thuis heel erg moet overleven, ben je altijd bezig met de vraag: wat kan ik doen om de situatie beter te maken? Ik laafde me aan hoe die mensen dat deden. Ik haalde hoop uit dat zij zelfs in de meest moeilijke situaties toch weer een ingang vonden om iets te doen.

De Harlekino van deze voorstelling is Kaatje, jouw jongere zelf. Ben je vanuit haar begonnen met schrijven?

In 2020 kreeg ik borstkanker. Ik had een agressieve vorm, dus ik wist niet goed hoe het zou verlopen. Ik was ook net moeder geworden en wist dat ik twee jaar lang behandelingen moest ondergaan. Bij de tweede chemokuur werd ik toen opeens overvallen door een enorme angstaanval. Ik lag in dat ziekenhuisbed en ik was helemaal verlamd door die angst. En op de een of andere manier verscheen er toen een herinnering van mezelf als jong meisje. Dat ik bij het kistje van mijn broertje stond en zag dat hij dood was. Toen was ik ook heel bang, maar wist ik precies wat ik moest doen: speelgoed in dat kistje stoppen, dan heeft hij iets om mee te spelen als hij straks onder de grond ligt. Het was net alsof ik tijdens die angstaanval in het ziekenhuis aan dat meisje vroeg: wat moeten we nú doen?
            En ik heb allemaal gevaarlijke dingen gedaan in mijn leven, dus voor de buitenwereld lijk ik geen bang iemand. Maar ik kwam er toen achter: ik was eigenlijk juist altijd bang, maar ging het gevaar opzoeken in de hoop daardoor minder bang te zijn. Door de kanker herontdekte ik eigenlijk dat ik dat als kind ook altijd gedaan heb. En zo werd Kaatje dus mijn ingang voor het schrijven.

Mensen zeggen altijd dat je je niet achter een masker moet verstoppen als je het moeilijk hebt. Nu lijkt het eigenlijk juist alsof jij door de maskers iets tevoorschijn haalt. Klopt dat? 

Dat is een beetje het cliché over maskers. Dat komt denk ik vooral ook omdat we in een maatschappij leven waarin het ‘ik’ heel belangrijk is. Maar we zijn natuurlijk niet één ding zijn. We hebben een verlegen kant, we hebben een dominante kant, we hebben een stoute kant; en omdat je in onze vorm van commedia dell’arte in je eentje heel veel personages kunt spelen, laat je ook aan het publiek zien dat dat hele idee van ‘jezelf zijn’ niet zo relevant is. Dat is heel bevrijdend. Te denken: ‘Ja natuurlijk, ik ben ook eigenlijk van alles.’ In plaats van: ‘ik moet mijn authentieke zelf zijn.’ Alsof dat een statisch ding is waar je trouw aan moet blijven.
            Ook is ons gezicht het enige deel van ons lichaam dat we echt kunnen vermaskeren. Je kunt glimlachen terwijl je verdrietig bent. Je kunt zachtjes praten terwijl je wil schreeuwen. Zo hebben wij cultureel gezien al heel veel trucjes om te vermaskeren wat we werkelijk voelen. Je lichaam kan dat niet. En toch, op het moment dat je een masker opzet, gaat het lichaam spreken. Dus heel veel mensen ervaren het juist niet als verstoppen. Dat is een grappig fenomeen.

Dus jij bent ook niet alleen de Harlekino? 

Zeker niet. Ik ben ook die vader. Dat verlegen kind. En ik ben ook die bloedchagrijn. Je mag van alles zijn. 

En hoe gaat het nu met je?

Het gaat goed. Ik mag nu nog vijf jaar hormoontherapie, en dan ben ik klaar.

Wachtlijst

Wenslijstje

Toegevoegd:

Naar wenslijstje

Inschrijven voor onze nieuwsbrief