Interview met José Kuijpers, Zephyr Brüggen
door Brechje Krah
De Eden Cinema (1977), theatertekst van schrijver Marguerite Duras, werd in 2024 voor het eerst vertaald naar het Nederlands. Een weelderige en bloemrijke tekst vol regie-aanwijzingen over ‘wanhopig hopen op hoop’, die volgens de auteur vrijelijk bewerkt mocht worden, mits het verhaal intact zou blijven. Dertig jaar na de dood van Duras nemen drie makers deze uitdaging aan. Acteurs José Kuijpers en Marlies Heuer werkten samen met regisseur Zephyr Brüggen om bij Bellevue het verhaal opnieuw, en met een bijzondere eigen draai, tot leven te brengen.
Waarover gaat deze voorstelling?
Zephyr: Het is onze bewerking van een semi-autobiografisch verhaal van Marguerite Duras. De vertelling volgt een moeder die in 1924 vanuit Frankrijk naar Indochina verhuist. Deze vrouw voedt daar in armoede haar twee kleine kinderen op. Ze koopt een stuk land met al het spaargeld dat ze heeft verdiend in de Eden Cinema in Saigon, als pianiste. Maar de ambtenaren zijn corrupt en de grond blijkt onvruchtbaar: elk jaar overstroomt de oceaan haar perceel en raakt de klei doordrenkt met het zoute water.
Deze moeder strijdt haar hele leven lang tegen dit onrecht, ze is daarin heel assertief en verbeten, echt een activiste eigenlijk, strijdend vanuit een goed hart. Ook in solidariteit met de boeren op de vlakte probeert ze het systeem te bevechten, maar ze gaat daar heel ver in. Haar twee kinderen willen heel graag ontsnappen aan de misère en aan de klem van hun moeder. De komst van een rijke potentiële minnaar verandert daarbij de dynamiek binnen het gezin. Het is een verhaal dat idealisme en realisme, hoop en wanhoop, heel mooi tegenover elkaar plaatst en daarmee een interessant spanningsveld creëert.
Anders dan bij veel hedendaagse vertellingen lijkt hier de wanhoop niet uitgebalanceerd te worden door de hoop. Hoe zien jullie dat?
José: De moeder denkt wel dat het kan lukken. Ze blijft uit alle macht proberen de oceaan te bedwingen en haar recht te halen. Dat is een guerilla-achtige hoop: heel sterk, heel monomaan. De kinderen zien het absurde, het tragische van die mate van hoop. Die die schipperen tussen hun liefde voor hun moeder en het verlangen om haar achter te laten en te vertrekken.
Marlies: De hoop ziet er voor de kinderen anders uit dan voor hun moeder. Moeder gaat bijvoorbeeld heel ver in het willen verkopen van haar dochter aan een rijke man. Liefde en zorg maken plaats voor keiharde transactie. In deze voorstelling vertellen we dat op een heel wonderlijke manier, vanuit meerdere vormen en perspectieven, waaronder die van de inmiddels overleden moeder. Zij is dood, maar doet toch mee aan het stuk.
Zephyr: Schrijver en historicus Rebecca Solnit schreef eens: ‘hoop is geen lot uit de loterij waarop je passief blijft wachten, hoop is de bijl waarmee je de deur inslaat in een noodgeval.’ Dat vind ik een hele goede metafoor voor wat de moeder in dit verhaal vertolkt.
Aanschouwt de kijker een bepaald voorstschrijdend inzicht?
Marlies: Je vertrekt na het kijken wel met vragen. Die sensatie is in het werk van Duras in het algemeen sterk aanwezig; het is nooit eenduidig. Dat gebrek aan eenduidigheid wordt ook in dit verhaal versterkt door de vertelstijl, met het oproepen van herinneringen, en de wisselende stemmen die het verhaal vertellen.
José: Duras toont een harde, wrede wereld in kraakheldere zinnen en een zeer muzikale compositie. Nergens is het romantisch, maar wel met liefde en erbarmen voor de ‘armen van deze wereld’, zoals ze schrijft. En in dit stuk ook met humor. De rijkeluiszoon die als een blok valt voor de dochter wordt bijvoorbeeld genadeloos te grazen genomen.
Zephyr: José zei iets heel moois een paar dagen geleden: ‘de schoonheid van de vorm verzoent me met de gruwelijkheid van de inhoud.’
Kunnen jullie iets vertellen over de dramaturgische keuzes?
Marlies: Duras schrijft in het nawoord van het scenario, dat werd uitgegeven in boekvorm, dat het stuk vrijelijk bewerkt mag worden, zolang de inhoud maar gewaardborgd blijft. Wij hebben er heel veel plezier in er onze eigen draai aan te geven. Jan Kuijken schreef prachtige muziek die een grote rol speelt in de voorstelling; tekst en muziek zijn voor ons even belangrijk. Je voelt de kracht van de natuur in zijn muziek. De composities van Jan werken als een filmisch breedbeeld, we spelen ook letterlijk in de breedte van de zaal, om het effect van de traagheid van de tropen te bekrachtigen, overigens nog best een uitdaging in een lunchvoorstelling van een uur.
Zephyr: In de voorstelling staan muziek, taal en beweging op hetzelfde plan. Alles vloeit in elkaar over. Elke scène is haast een ander genre. We spelen met stiltes, ritmes, lange uitgestrekte geluiden en dan weer een harde klap. Het is goed om naar paradoxen te zoeken in het theater, de combinatie van zacht- en hardheid maakt alles tot een poëtisch geheel.
De Eden Cinema speelt van wo 15 apr t/m zo 10 mei in Theater Bellevue.