Column Ayşegül Karaca
Ayşegül Karaca neemt ons mee in haar gedachtenstroom over ook waarom ze steeds terugkom bij dezelfde vraag: waarom denken we toch zo zwart-wit? Waarom is het zo moeilijk om dingen in perspectief te zien? En: waarom willen we overal meteen een antwoord op hebben, terwijl het leven zich juist zo vaak afspeelt in het grijze gebied?
Voor mijn voorstelling Is dit nu liefde ben ik vanuit mijn eigen ervaringen met huiselijk geweld gaan onderzoeken wat generationeel trauma en vastgeroeste rolpatronen met een gezin doen. Wat gebeurt er als een moeder karaktertrekken van haar gewelddadige man terugziet in haar zoon? En wat gebeurt er met die zoon als hij vervolgens op zoek gaat naar wat het betekent om man te zijn en online antwoorden vindt in de manosphere? De voorstelling gaat uiteindelijk over de vraag hoe je elkaar weer kunt vinden, ondanks alles wat tussen mensen in kan staan.
En misschien is dat ook waarom ik steeds terugkom bij dezelfde vraag: waarom denken we toch zo zwart-wit? Waarom is het zo moeilijk om dingen in perspectief te zien? Waarom willen we overal meteen een antwoord op hebben, terwijl het leven zich juist zo vaak afspeelt in het grijze gebied?
Neem relaties waarin sprake is van fysiek of mentaal geweld. Het advies is vaak heel direct: je moet het contact verbreken. Overal blokkeren en weggaan. Maar zo simpel is het niet. Het is niet makkelijk om je daadwerkelijk van iemand los te weken. Zeker niet als je van diegene hebt gehouden.
Want ja, ze heeft ook oprecht van die man gehouden. Ze hebben samen leuke dingen gedaan, mooie herinneringen gemaakt. En dan is er ook nog die neiging om jezelf de schuld te geven. Als ik me anders had gedragen, had hij me misschien niet geslagen. Als ik meer rekening met hem houd, gebeurt het vast niet meer. Misschien komt het wel door mij dat hij zo agressief is. Absurd natuurlijk, maar zo werkt het vaak wel. Je probeert de situatie te begrijpen, zoekt naar verklaringen en hoopt dat je er zelf iets aan kunt veranderen. Er zit een enorm grijs gebied tussen houden van iemand en beseffen dat diegene je pijn doet. Dat gebied is complexer dan we soms willen erkennen.
Als we het over geweld hebben, wordt er in Nederland ook al snel naar migratie gewezen. Alsof huiselijk geweld een probleem is dat bij een bepaalde cultuur hoort. Maar geweld komt voor in alle lagen van onze samenleving, van arm tot rijk. Het is een Nederlands probleem en wordt naar mijn idee zwaar onderschat.
Hetzelfde geldt voor kinderen die opgroeien tussen ouders met een toxische relatie. Kinderen die zich heen en weer getrokken voelen tussen hun moeder en vader en niet weten waar ze moeten staan, omdat ze van allebei houden. Ook dan klinkt het advies vaak eenvoudig: neem afstand, ontworstel je aan je ouders, verbreek het contact.
Maar is dat dé manier om intergenerationeel trauma te verwerken? Door weg te lopen?
Natuurlijk kan afstand nodig zijn, soms zelfs om jezelf te beschermen. Maar ik geloof ook dat je je geschiedenis moet erkennen om de toekomst te kunnen zien. Je kunt niet zomaar doen alsof iets er nooit is geweest.
En dan de manosphere. Zodra het daarover gaat, lijkt de eerste reactie vaak te zijn dat we die hele beweging bij mannen de kop in moeten drukken. Maar waarom gaan we niet eerst het gesprek aan? Jongens en jonge mannen worden beïnvloed door wat ze online zien. Juist in die onzekere fase van hun leven zijn ze op zoek naar hun identiteit. Wie ben ik? Wat is mannelijkheid? Hoe uit zich dat? Waar hoor ik bij?
Als jongens boos worden of te druk zijn, wordt dat vaak direct de kop ingedrukt. Maar wat doet dat met hun zelfbeeld? Ze leren hun gevoelens te onderdrukken en kunnen daardoor een problematische relatie met hun eigen woede ontwikkelen. Terwijl woede op zichzelf doodnormaal is. Het heeft een belangrijke functie: het kan een manier zijn om je grenzen aan te geven, om te laten zien dat iets je raakt of dat je ergens bij betrokken bent.
Zeker jongens die geen of nauwelijks een vaderfiguur hebben gehad, kunnen zoekende zijn. Is dat zo erg? Moet dat zoeken meteen worden afgekapt? Ik denk van niet. Dat proces moet er mogen zijn. De een vindt na verloop van tijd zijn weg, de ander blijft langer zoeken. En natuurlijk zal een deel daarin vastlopen. Maar dat geldt net zo goed voor het verwerken van trauma’s en het onder ogen komen van jezelf. De een doet dat op jonge leeftijd, de ander pas veel later en sommigen misschien wel nooit.
Daarom denk ik dat we elkaar meer ruimte moeten geven. Ruimte om te zijn wie we zijn, om te zoeken en om ons eigen proces te doorlopen. En misschien nog wel belangrijker: ruimte om echt naar elkaar te luisteren.
Niet meteen met een oordeel komen. Niet direct een oplossing aandragen. Niet denken dat je precies weet wat iemand nodig heeft, omdat je zelf ooit iets soortgelijks hebt meegemaakt. Probeer iemand eens echt te zien. Niet alleen de situatie waarin diegene zit, maar ook de persoon erachter. En wat als je het even niet weet?
Dan mag je dat toch gewoon zeggen?
‘Wat vreselijk dat je dit overkomt. Ik weet even niet wat ik moet zeggen of hoe ik je zou kunnen helpen.’
Dat lijkt me oprecht waardevoller dan iets zeggen om maar iets te zeggen.
We willen zo graag alles oplossen. We willen dat mensen uit ongezonde relaties stappen, hun trauma’s verwerken en de juiste keuzes maken. Maar soms is er helemaal geen pasklaar antwoord. Soms heeft iemand gewoon behoefte aan een luisterend oor. Want niet alles hoeft opgelost te worden. Niet alles hoeft meteen een plek te krijgen. En niet iedereen hoeft hetzelfde pad te bewandelen.
Misschien moeten we wat minder bezig zijn met het vinden van de juiste oplossing en wat meer met het begrijpen van elkaar. Want soms begint verandering niet met het juiste antwoord, maar met de bereidheid om echt te luisteren.
En soms is het gewoon goed zoals het is.